Rund

Plan van aanpak Salmonella SPP eradicatie (melk)veebedrijven

Dr Wim Schielen, BeterVee BV, januari 2020

Salmonella SPP staat voor alle denkbare typen Salmonella, één van de oudste bacteriën die we kennen en inmiddels geëvolueerd tot ongeveer 2600 verschillende typen. Salmonella SPP is overal aanwezig en elk dier, ook de mens, of gewas kan z’n eigen typen Salmonella bij zich dragen, ongemerkt.

Salmonella-infecties zijn een toenemend probleem bij melk- en vleesproductiebedrijven. Salmonella sluipt ongemerkt een bedrijf binnen via voer, trekvogels, knaagdieren en bedrijfsbezoekers. Een dier dat besmet raakt met Salmonella zal hierop reageren door de lichaamstemperatuur te verhogen (koorts) en door de aanmaak van antistoffen. Niet altijd treedt als gevolg van een infectie een aantal klinische verschijnselen op, zoals koorts, diarree en hoesten.

De aanwezigheid van Salmonella in een dier leidt altijd tot een verhoging van het antistofniveau in bloed, melk, speeksel en andere lichaamsvloeistoffen. Het meten van dit antistofniveau is dan ook de manier om een Salmonella-infectie altijd te herkennen, klinische verschijnselen zijn er niet altijd en ook de uitscheiding van de bacterie in mest is intermitterend (vaker niet dan wel aanwezig).

In de regel is een dier in staat om een Salmonella SPP infectie goed te doorstaan en de bacterie effectief op te ruimen. Het antistofgehalte in het bloed/melk/speeksel en andere lichaamsvloeistoffen zal na enige weken weer gaan dalen tot negatieve waarden.

Dragerdieren

Wanneer een dier steeds weer opnieuw besmet raakt met de Salmonella bacterie dan kan het immuunsysteem besluiten om een voortdurend hoog antistofniveau aan te leggen en de bacterie niet meer op te ruimen. Het dier is dan een dragerdier geworden dat uit z’n darmkanaal met korte (actieve dragers) of lange tussenpozen (latente dragers) grote hoeveelheden Salmonella bacteriën in de mest uitscheidt. Het kan dus zijn dat een dragerdier gedurende langere tijd géén Salmonella uitscheidt (dus ook een actieve drager kan tijden geen Salmonella uitscheiden)!

Salmonella-druk

De mate van Salmonella-druk, dit is de som van alle Salmonellabacteriën die het bedrijf binnenkomen, dus via externe factoren (voer, trekvogels, knaagdieren en bedrijfsbezoekers) én via dragerdieren, is bepalend voor het tempo waarin meer dragerdieren ontstaan en het bedrijf (ongemerkt) afglijdt. De gevolgen zijn zichtbaar, moeilijk in de dracht komen, vroeggeboorten, productieverlies en toenemende vatbaarheid voor andere ziekten, zoals bv Leverbot.

Salmonella eradicatie

Het eradicatie-model van BeterVee is gericht op het in kaart brengen van de Salmonella-druk en het opstellen van een plan waarbij doelgericht de druk wordt weggenomen, op een zodanige wijze dat de continuïteit van het bedrijf is gewaarborgd en aan het einde van de rit (die soms jaren kan duren) een werkbare situatie ontstaat waarin de Salmonella-druk in de gaten wordt gehouden middels een eenvoudige en relatief goedkope monitoring. Wegnemen van de Salmonella-druk is NIET simpelweg het afvoeren van dragerdieren, maar omvat een integraal plan, waar alle bijdragen aan de Salmonella-druk in kaart worden gebracht.

Het BeterVee eradicatie-model berust op twee pijlers:

1) Onderzoek naar dragerdieren

Vaststellen welke de antistofniveaus zijn in elk individueel dier middels een melk- of bloedtest. Bij een individuele bloedmonstertest kan meteen het hele bedrijf in kaart gebracht worden. Via de individuele melktest in beginsel alleen de dieren die aan de melk zijn (zodra een dier [weer] aan de melk komt kan het gehalte dan worden vastgesteld). Afhankelijk van het gehalte worden de dieren in Salmonella antistof positiviteit groepen ingedeeld.

Ná minimaal 6 maanden wordt weer elk dier getest (melk/bloed) en ingedeeld in Salmonella antistof positiviteit groepen. De dieren die niet voldoende gedaald zijn, dus in dezelfde positiviteit groep (of minimaal twee groepen lager) of hoger zitten, worden als dragerdier aangemerkt. Een dragerdier zal op een geschikt moment het bedrijf moeten verlaten.
Deze koppelmeting moet elke 6 maanden herhaald worden totdat de Salmonella onder controle is, d.w.z. géén dragerdieren meer aanwezig en de bron van de besmetting gesaneerd.

2) Onderzoek naar het type Salmonella dat op het bedrijf aanwezig is

Uit de mest van de dieren die in de hoogste positiviteit groepen zitten wordt gepoogd de Salmonella bacterie te kweken en te typeren. Kennis van het type Salmonella leidt vaak naar de bron van de besmetting, die vervolgens aangepakt kan worden (voer, trekvogels, knaagdieren en bedrijfsbezoekers). Wanneer een groot aantal dieren in de hogere gehaltegroepen zitten (>30%) kan een onderzoek naar de verspreidingspaden van de Salmonella uitgevoerd worden, dit geeft inzicht in welke delen van het bedrijf/de stal extra schoonmaakaandacht behoeven, hierdoor wordt dan meteen een deel van de Salmonella-druk weggenomen.